SCHRIJVER//COMPONIST//ABSURDIST//MILKSHAKELIEFHEBBER
10/08/2011
Job

We hebben sinds enkele dagen een nieuwe bewoner in de tuin. Omdat 1561587 zo onpersoonlijk klinkt zal ik hem Job Coduif noemen. Job heeft een lichtgrijze rug, donkere staart- en vleugelveren, rode pootjes, witte ogen en uiteraard die karakteristieke glimmende duivenkraag, waarvan ik niet weet of hij nu groen, paars of gewoon grijs is. Ik ben geen duivenmelker, namelijk.


Het beste beest heeft een lange tocht achter de rug. Net heb ik even met de eigenaar gesproken. Hij komt het diertje niet ophalen, wat ik me voor kan stellen, gezien hij in Amsterdam woont. (Job Coduif, snap je hem? Coduif! Wat een giller).


Hij durft niet uit je hand te eten. Zodra je te dicht bij hem komt, begint hij te grommen (met koeren was ik bekend, maar dit geluid had ik nog niet eerder uit een duif horen komen. Angstaanjagend). Je kunt merken dat het een Amsterdammer is, deze duif loopt niet bang weg voor zwarte indringers, rennend en flapperend jaagt hij achter kauwtjes aan. De mussen die normaal redelijk overweg kunnen met duiven in onze tuin weten niet precies wat ze er mee aan moeten. Job (de duif, niet de Bijbelse figuur (zie je hoe ik daar door een overbodige opmerking een uiterst literaire verwijzing maakte? Ha!)) is dus een beetje agressief. Wel bedankt hij na het eten met uitwerpselen (ik ben het maar gaan zien als bedanken, anders zou ik me er dood aan ergeren). Ook gaat hij, na het diner, even in de raampost staan. Dan tikt hij een aantal keer tegen het raam aan, en blijft hij kijken.


Ik vind het knap dat hij deze avond niet gruwde, wij aten kip. Je zou maar vleugels en poten van je medebeest zien, gekruid en wel, op weg naar iemands mond. Ik moet er zelf in ieder geval niet aan denken.


 


Ik stond met een paraplu buiten, in een gemakkelijke broek, aangezien de ander nat was geworden nadat ik in een bak met water stapte, die daar voor de vogels staat. Terwijl Job at uit een klein bakje probeerde ik met alle macht het jaartal van zijn ringband te lezen, dat was belangrijk voor het opzoeken van de eigenaar. Geliefde duivenhoudersbond, uw ringen zijn bijzonder onpraktisch.


 


We hebben deze vakantie eerder al een nieuwe duif kunnen begroeten. Die was blauw, paarsachtig, en bleef hier ook even rondhangen. Ik heb hem geen naam gegeven (al zou ik, achteraf gezien, gaan voor iets van Lucebert, dat is wel grappig). Hij at een aantal dagen uit onze hand, maar is er daarna weer vandoor gegaan. Ik hoop dat hij zijn thuis heeft kunnen terugvinden.


Doch, wat moeten we nu toch met Job. De eigenaar hoopt op een noordoostenwind, zegt hij, dan kan het beest terugvliegen, zegt hij. Ik vind het allemaal wel best, zolang hij de musjes maar niet wegjaagt. Het grommen is ergens best wel leuk, namelijk.




//ARCHIEF//
Alles © Roelof ten Napel